
improvisatietheater oefeningen
voor communicatietrainingen en teamcoaching
Gelijkzijdige driehoeken lopen
Aantal deelnemers:
6 tot 60.
Benodigdheden:
Een lege ruimte, tafels en stoelen aan de kant.
Een trainer/facilitator (kan ook een manager of een ervaren teamlid zijn).
De oefening
De hele groep loopt rond door de ruimte. Kris kras door elkaar heen.
De trainer/facilitator vraagt of iedereen in stilte, en zonder het te laten merken, twee mensen uit de groep in gedachte wil nemen.
Voorbeeld: Desiree neemt, in het geheim, Anja en Rob in gedachten.
Iedereen blijft rondlopen met de (geheime) focus op zijn twee mensen (A en B).
Voorbeeld: Desiree houdt, terwijl ze blijft lopen, Anja (A) en Rob (B) in de gaten.
De trainer/facilitator legt dan uit dat op zijn teken iedereen een gelijkzijdige driehoek moet vormen met zijn twee personen (A en B).
Voorbeeld: Desiree moet proberen om al lopend een gelijkzijdige driehoek te vormen met Anja en Rob.
Wat is een gelijkzijdige driehoek?
Het is een driehoek met exact dezelfde lengtes aan iedere kant.
Voorbeeld: Desiree moet er al lopend voor zorgen dat ze zich op dezelfde afstand verhoudt van zowel Anja als Rob. Daarbij moeten Anja en Rob ook op exact dezelfde afstand van elkaar zijn.
De trainer/facilitator geeft een startsein. Iedereen gaat in stilte en zonder gebaren te maken door de ruimte lopen en proberen zijn driehoek te vormen. Stilte is belangrijk voor de concentratie en focus op elkaar.
Al snel is zichtbaar dat mensen verschillende strategieën uitproberen. De een loopt heel snel door de ruimte, de ander blijft eerst kijken en stilstaan en onderneemt dan actie.
Dit gaat een aantal minuten door. Het is zeer interessant om te zien wat er gebeurt. Waarschijnlijk lukt het niet iedereen, of nog waarschijnlijker, de meeste niet om een driehoek te vormen. Want de groep blijft de hele tijd in beweging. En de kleinste beweging van iemand kan een effect hebben op het hele systeem.
Nabespreking en herkansing
De trainer/facilitator legt de oefening vervolgens stil en bespreekt na welke strategieën mensen bedacht en uitgeprobeerd hebben om de driehoek te vormen. Welke waren succesvol en welke niet? Welke van deze strategieën zijn herkenbaar in relatie tot hoe normaal gesproken de samenwerking verloopt in het team?
Het team krijgt hiermee inzicht in teamrollen en -strategieën zoals:
• leiden/volgen;
• initiatief nemen/afwachten;
• overhaast/overzicht;
• rekening houden met andersmans doel/rekening houden met je eigen doel.
Het is altijd verbazend hoeveel linken er zijn met de werkelijke samenwerking van het team!
De trainer/facilitator herhaalt vervolgens de oefening met daarbij de opdracht om beter samen te werken en meer als één team te opereren. Tips daarbij zijn:
• rust;
• focus;
• concentratie;
• rekening houden met doelen van anderen.
A: 'Zullen we naar het strand gaan?' B: 'Ja, maar het waait zo hard'.
Het effect op de interactie tussen A en B is negatieve energie, stroperigheid, eenrichtingsverkeer, vermoeidheid. Dit komt omdat met een ja-maar-reactie van een verzoek een probleem wordt gemaakt.
Level 2
Zelfde tweetallen, met wisseling van rol. B vuurt nu voorstellen en vragen af op A. A antwoord overal met 'ja' op.
B: 'Ik wil graag fietsen'. A: 'Ja'.
Het effect van het weglaten van de 'maar' is dat er meer positieve energie ontstaat. Er is echter nog weinig verbinding tussen A en B. Er wordt nu geen probleem gemaakt van het voorstel van B. Met het antwoord 'ja' van A is een feit ontstaan.
Level 3
A is nu aan de beurt om te beginnen met een voorstel of vraag. B reageert met 'ja-en'.
A: 'Ik wil graag een ijsje kopen'. B: 'Ja, en dan gaan we naar de Italiaanse ijssalon.
A reageert weer met een 'ja-en' op de reactie van B.
A: 'Ja, en dan nemen we vijf bolletjes'.
Zo 'pingpongen' A en B heen en weer.
Het effect van 'ja-en' is dat er veel mogelijkheden en enthousiasme ontstaan. Het creëert een opener houding en het versterkt de interactie/relatie tussen personen.
Billybillybop
Eén woord per keer
Whoosh Boing PauwAlle deelnemers staan in een kring.
Level 1
Er wordt een geluid doorgegeven 'whoosh', met daarbij een zwaaiend armgebaar of je een bal rolt, naar de deelnemer rechts van je. De deelnemer maakt daarbij oogcontact met zijn buurman. Zo gaat deze 'whoosh' de hele kring rond.
Voer het tempo op na een aantal rondes.
Level 2
Als iemand de 'whoosh' niet wilt ontvangen, kruist hij zijn armen (met de armen omhoog) voor het lichaam in een afwerend gebaar en zegt: 'boing'. De deelnemer die de 'whoosh' wilde doorgeven, moet nu de andere kant op.
Level 3
Een deelnemer kan ook een 'pauw' doorgeven naar de overkant van de kring. Dit met een 'pistool' gebaar. De ontvanger daarvan gaat verder met 'whoosh' of 'pauw'.
Level 4
Een deelnemer kan ook naar links of rechts 'tunnel' roepen. Vijf deelnemers die links of rechts van hem staan maken om beurten een sprongetje (alsof het geluid onder hen doorgaat). Deelnemer zes gaat door met 'whoosh, boing of pauw'.
Level 5
Een deelnemer kan op een denkbeeldige rode knop voor hem drukken en 'paniek' roepen. Alle deelnemers rennen al gillend door elkaar heen naar een nieuwe plaats. Als iedereen weer staat gaat de 'paniekknop-drukker' weer verder.
Level 6
Je kunt er tot slot een afvalrace van maken: iemand die een fout maakt, moet uit het spel. Om het faalplezier te bevorderen krijgt hij na het maken van de fout een applaus, die hij met een diepe buiging moet ontvangen voordat hij de kring uitgaat.
Bronnen: Toi Toi Toi, Elzinga en Smallegoor. Training to imagine, Kat Koppet.